Na duizenden jaren wachten, in haar sarcofaag
wordt zij door ongeduldige vingers van haar zwachtels bevrijd. Zwaar
is de schone slaapster die geen antwoord geeft op de eeuwige vraag,
"Spreek tot ons", roepen ze, "open je ogen nu maar!"
Vanuit de eeuwige duisternis, brengen ze haar naar het felle licht
om haar zielenroerselen te onthullen.
De uitgehouwen hieroglyfen spreken als een episch gedicht,
maar kunnen hun hebzuchitge wensen niet vervullen.